LOT- het verhaal vanuit de ogen van de geboortefotograaf
- Sharon Baremans
- 6 dagen geleden
- 5 minuten om te lezen

Vier keer eerder was ik op de afdeling verloskunde in het Amphia in Breda. Twee keer voor de geboorte van mijn eigen kinderen. Eén keer voor het vastleggen
van een stilgeboren kindje, iets wat totaal onverwacht op mijn pad kwam maar uiteindelijk heel waardevol bleek te zijn. En één keer voor het fotograferen van mijn eerste bevalling als geboortefotograaf.
Dat was de bevalling waarbij ik moest racen omdat het persen al begonnen was op het moment dat ik de kamer binnenkwam. De bevalling die me zo sterk deed denken aan mijn eigen bevalling, dat het voor mij op een bepaalde manier zelfs helend voelde. Hoe gek dat misschien ook klinkt.
En nu was ik er weer. Deze keer met meer rust.
Het was een prachtige dag. De zon scheen en ik dacht meteen: als ik met dit licht kan fotograferen, word ik heel blij. Tegelijkertijd zat ik al de hele dag op scherp. Er was sprake van een inleiding en de ouders waren al vanaf 09.00 uur in het ziekenhuis. Ik zat thuis, klaar om te vertrekken, met mijn tas gepakt en mijn telefoon binnen handbereik.
De uren verstreken. Ik had contact met de vader, maar de ontsluiting bleef hangen rond de vier centimeter. Uiteindelijk kreeg moeder een ruggenprik zodat ze even kon uitrusten. Op dat moment wist ik dat het twee kanten op kon gaan: soms zorgt die rust ervoor dat het lichaam ontspant en de bevalling weer op gang komt, maar het kan ook juist stilvallen.
Rond 16.30 kreeg ik een berichtje dat ze over anderhalf uur opnieuw zouden controleren hoe ver de ontsluiting was.
Ik besloot even te douchen. Na een hele dag true crime kijken op de bank, in een soort constante spanning, voelde ik me ook niet bepaald fitter. Mijn man schoof een halve pizza mijn kant op en ik at een paar happen mee. Op dat moment merkte ik dat de spanning eigenlijk een beetje weg was gezakt. En precies toen kwam er opnieuw een bericht.
“De weeën nemen toe. Je mag van ons wel deze kant op komen.”

Dit was het moment. Ik reed richting Breda, precies tijdens het gouden uur. Dat warme licht waar fotografen zo blij van worden. Ik parkeerde mijn auto en raakte nog even in gesprek met een man die daar ook liep. Hij vroeg wat ik kwam doen en ik vertelde dat ik een bevalling ging fotograferen.
Ik zag zijn gezicht veranderen.
“O, willen mensen dat?”
Eerlijk gezegd had ik niet zo’n zin om uit te leggen waarom geboortefotografie zo waardevol kan zijn. Dus ik draaide het gesprek om en vroeg waarom hij hier was.
Hij vertelde open dat het niet goed ging met zijn vader. Het kon twee kanten op gaan. Zijn moeder wilde niet van zijn zijde wijken en daarom kwam hij elke avond langs in het ziekenhuis. We liepen samen een stukje op. Ik wenste hem sterkte en hij sloeg eerder linksaf dan ik.
Ik liep door, een beetje geraakt door het gesprek met deze vreemde.
Aan het einde van de gang realiseerde ik me dat ik eigenlijk niet meer precies wist welke route ik moest nemen. Op gevoel stapte ik de lift in, waar ik een verpleegkundige tegenkwam die me de juiste kant op wees. Bij de balie meldde ik dat ik naar kamer 1 moest, dat ik de geboortefotograaf was.
Het blijft een zin die een beetje gek voelt om hardop te zeggen. Hallo imposter syndrome.
Maar ze verwachtten me.
Toen ik de kamer binnenkwam was de sfeer totaal anders dan de eerste bevalling die ik ooit fotografeerde. Geen haast, geen stress. Moeder lag rustig in bed en vader zat naast haar een broodje te eten. We maakten even een praatje terwijl ik mijn camera’s pakte.
Langzaam begon ik met vastleggen.
De lampen aan het plafond. De tekst die op het bord was geschreven. De emotie op haar gezicht tijdens een wee. Zijn handen die haar steunden.
Niet veel later kwam de verloskundige binnen. Het was een heel fijn team, dat duidelijk de regie bij moeder liet. Ze checkten regelmatig even in bij vader en gaven mij ook de ruimte om mijn werk te doen.
De bevalling vorderde.
De ontsluiting werd opnieuw gecontroleerd en het moment was daar: het was tijd om te gaan persen.
Omdat het kindje nog vrij hoog zat, mocht moeder meebewegen met de weeën. Het kon nog wel even duren. Bij elke perswee komt een baby een stukje naar beneden, maar zakt vaak ook weer een klein stukje terug. Stap voor stap werken moeder en kind samen naar dat moment van geboorte toe.
Tijdens het persen zag ik een sterke moeder. Iemand die haar energie goed verdeelde en soms een klein beetje smokkelde om krachten te sparen.
Naast haar zat een vader die zijn vrouw constant aanmoedigde. Die keek naar wat zij nodig had. Die haar hielp hun kind op de wereld te zetten.
En deze vader, die eerder had gezegd dat hij niet zo goed tegen bloed kon, besloot toch te kijken op het moment dat er haartjes zichtbaar werden.
Op dat moment was hij al zo ontzettend trots.
Na meer dan een uur persen werd om 8 minuten over 8 , op 8 maart, Lot geboren.
De emotie die daarna volgt is moeilijk te beschrijven. Het is een mengeling van opluchting, onbeschrijfelijke liefde, trots en pure vermoeidheid.
En ja, ook ik schoot vol.
Want voor wie mij een beetje kent: ik huil om alles. Dus als je ziet dat er een kindje wordt geboren, dan doet dat iets met je. Ik bleef nog een tijdje.
Tijdens het gouden uur van huid-op-huid bij mama.Tijdens het eerste flesje dat papa haar gaf, ook huid-op-huid.Tijdens de controles van de kinderarts.Tijdens het aankleden.
Die eerste momenten waarin alles nog nieuw is.
En toen was het tijd om te gaan. Om Lot bij haar papa en mama te laten, samen in hun eigen bubbel.
Nog voordat ze ook maar één foto hadden gezien, vertelden ze allebei hoe fijn ze het hadden gevonden dat ik erbij was.
Zelfs vader, die in het begin een beetje sceptisch was, zei dat hij het zo prettig vond om af en toe met iemand te kunnen praten over hoe de bevalling verliep. En dat hij zelf niet hoefde na te denken over het maken van foto’s.
Dat iemand anders die herinneringen voor hen vastlegde.
Dank jullie wel, lieve papa en mama van Lot, dat ik bij deze intieme gebeurtenis aanwezig mocht zijn. En dank aan het team van het Amphia in Breda, dat mij de ruimte gaf om mijn werk als geboortefotograaf te doen.
Wat blijft dit bijzonder.


































Opmerkingen